Rijtuigmuseum “Bellesteyn”

Foto: Mariëtte van Lit-Pieterse

Oostdorperweg 197

Een lange oprijlaan voert van de Oostdorperweg (het landelijke gedeelte, voorbij de Kokshornlaan meteen links af) naar twee opvallende gebouwen. Rechts staat een wittevoormalige bollenschuur, meer naar links een grote, Bentheimer geel geschilderde voormalige boerderij, huize Bellesteyn. Dit huis, dat niet te bezichtigen is, is veel ouder dan het lijkt. Het oorspronkelijke Bellesteyn wordt al in het jaar 1472 vermeld als een huis met grachten en een kleine boomgaard. Het was een zogeheten ridderhofstad, het versterkte huis van een edelman. Het degradeerde later tot een boerderij en werd tenslotte in de zeventiende eeuw afgebroken, waarbij zelfs de funderingen werden gesloopt. Niet lang daarna werd op het terrein een nieuw Bellesteyn gebouwd, dat als buitenhuis werd gebruikt. Het huidige huis is het resultaat van latere verbouwingen. Het enige nog goed zichtbare onderdeel uit de zeventiende eeuw is de naamsteen met twee stenen rinkelbellen aan de voorgevel. Het jaartal 1806 is er later boven geplaatst en herinnert aan een ingrijpende verbouwing. In de vorige eeuw was Bellesteyn een boerderij, waar achtereenvolgens bloembollen werden gekweekt, koeien werden gehouden en uiteindelijk in 1981 een manege werd gevestigd.

In een van de stalgebouwen van Bellesteyn is het rijtuigmuseum gevestigd. Het was de paardenliefhebber en rijtuigenverzamelaar Jan de Nerée tot Babberich die Bellesteyn in 1989 aankocht om er zijn collectie en zijn paarden onder te brengen. De Nerée was opgegroeid in het kasteeltje Babberich onder Kleef, waar hij als kleuter in een bokkenwagentje rond reed. Al spoedig ontwikkelde hij een grote liefde voor het paardrijden. Rond 1966 kocht hij een rijtuig en al spoedig volgden er meer. Het gezin verhuisde naar Wassenaar, waar de collectie rijtuigen werd ondergebracht in het koetshuis en later in de oranjerie van kasteel Duinrell. Jan de Nerée croste vaak over het landgoed met zijn Wagonnette (een open rijtuig op vier wielen, bespannen met twee paarden). Hij was wel verplicht om steeds uit zijn rijtuig te klimmen om verse paardenpoep op de weg te verwijderen. In de jaren tachtig moesten de paarden en rijtuigen op Duinrell verdwijnen.

Jan de Nerée huurde toen een loods aan de Dobbeweg in Voorschoten om zijn rijtuigen voorlopig onder te brengen. In 1989 kon hij Bellesteyn kopen en sindsdien is zijn rijtuigenmuseum hier gevestigd. Inmiddels zwaait zijn dochter Saskia er de scepter. De laatste jaren leidt het museum een rustig bestaan. De 42 negentiende-eeuwse rijtuigen en drie arrensleden verlaten het terrein vrijwel niet meer. Er worden soms groepje bezoekers rondgeleid, maar zelfs voor de meeste Wassenaarders is het bestaan van dit particuliere museum onbekend. Daarom is Open Monumentendag een unieke gelegenheid om met de collectie kennis te maken.

Tekst: Robert van Lit

Photo: Mariëtte van Lit-Pieterse

Oostdorperweg 197

A long driveway leads from the Oostdorperweg (the rural section, immediately turning left past the Kokshornlaan) to two striking buildings. On the right stands a white former bulb shed; further to the left is a large, Bentheimer yellow painted former farmhouse, BellesteynHouse. This house, which is not open to the public, is much older than it appears. The original Bellesteyn is mentioned as early as 1472 as a house with moats and a small orchard. It was a so-called knight’s manor, the fortified house of a nobleman. It later degraded into a farm and was finally demolished in the seventeenth century, with even the foundations being destroyed.Not long after, a new Bellesteyn was built on the site, which was used as a country house. The current house is the result of later renovations. The only clearly visible element from the seventeenth century is the nameplate with two stone jingling bells on the front facade. The year 1806 was added later and serves as a reminder of a major renovation. In the previous century, Bellesteyn was a farm where flower bulbs were successively cultivated, cows were kept, and finally, in 1981, a riding school was established. 

The carriage museum is housed in one of Bellesteyn’s stable buildings. It was the horse enthusiast and carriage collector Jan de Nerée tot Babberich who purchased Bellesteyn in 1989 to house his collection and his horses. De Nerée had grown up in the small castle of Babberich near Kleve, where he rode around in a goat cart as a toddler. He soon developed a great love for horseback riding. Around 1966, he bought a carriage, and more soon followed.The family moved to Wassenaar, where the carriage collection was housed in the coach house and later in the orangery of Duinrell Castle. Jan de Nerée often cruised across the estate with his Wagonnette (an open carriage on four wheels, drawn by two horses). He was, however, obliged to constantly climb out of his carriage to remove fresh horse manure from the road. In the 1980s, the horses and carriages had to leave Duinrell. 

Jan de Nerée then rented a shed on the Dobbeweg in Voorschoten to temporarily house his carriages. In 1989, he was able to purchase Bellesteyn, and his carriage museum has been located there ever since. By now, his daughter Saskia is in charge. In recent years, the museum has led a quiet existence. The 42 nineteenth-century carriages and three sleighs hardly ever leave the premises anymore. Small groups of visitors are occasionally given tours, but even for most Wassenaar residents, the existence of this private museum remains unknown. That is why Open Monument Day is a unique opportunity to get acquainted with the collection.

Text: Robert van Lit