
Park Oud Wassenaar 1
Open van 11.00 – 16.00 uur

Een riant landhuis in de vorm van een kasteel. Zo zou je Oud Wassenaar kunnen noemen, dat in de jaren 1876-1879 werd gebouwd. De opdrachtgever was Cornelis Jan van der Oudermeulen (1838-1904) die zijn formidabele kapitaal had verkregen via erfenissen. Met name zijn grootvader Cornelis van der Oudermeulen had als koopman en eigenaar van suikerplantages (met slaven) onnoemelijk veel geld verdiend. Cornelis Jan hoefde dan ook niet te werken voor de kost, maar had wel vele eervolle functies. Zo was hij buitengewoon stalmeester van koning Willem III en koningin Wilhelmina, lid Provinciale Staten van Zuid-Holland en jarenlang wethouder van Wassenaar.
Ontwerper van Oud Wassenaar is de architect Constantijn Muysken. Hij liet zich inspireren door Italiaanse kastelen uit de renaissance, maar integreerde ook elementen uit de Hollandse renaissance-architectuur uit de vroege zeventiende eeuw. Een heel leger van vaklieden werkte mee aan de bouw en uit heel Europa, maar ook uit Amerika, werden kostbare bouwmaterialen aangevoerd. Centraal in het ontwerp staat een gigantische hal, opgetrokken uit marmer en graniet, die daglicht ontvangt via een glazen koepel in het dak. Het kasteel heeft een goed bewaard interieur dat behoort tot de meest monumentale van Nederland.
Voor Cornelis Jan en zijn echtgenote Julia Ewouda gravin van Randwijck had het kasteel behalve als woning ook een grote representatieve waarde. Zij leefden met hun kinderen als vorsten op hun landgoed, omgeven door een stoet aan bedienden, tot er in 1903 plotseling een einde kwam aan het mooie leven. In dat jaar verloor Cornelis Jan al zijn geld door uiterst ongelukkige beleggingen. Al hun bezittingen, waaronder veel antiek en kunstschatten, moest worden geveild. De kasteelheer kwam deze klap niet te boven: hij stierf in 1904.
Het kostte moeite om een nieuwe eigenaar voor het kasteel te vinden. In 1907 ging de Duitse prins Eberwijn van Bentheim en Steinfurt het kasteel met zijn kersverse echtgenote bewonen, maar hij bleek de koopsom niet te kunnen ophoesten en verdween al na een half jaar met de noorderzon.
In 1910 werd het kasteel ingericht als een zeer luxe hotel. Aan de achterzijde werd hetgebouw door architect Co Brandes met een grote, nog bestaande zaal uitgebreid. Een nieuwe vleugel met hotelkamers aan de zuidzijde werd later weer afgebroken. Het eersteklas hotel ontving gasten als Churchill, koning Boudewijn van België en vele andere prominenten, onder wie relaties van ons koningshuis. Na een lange bloeiperiode liep de kwaliteit van het hotel in de jaren zeventig door achterstallig onderhoud zienderogen achteruit en besloot de eigenaar in 1974 het kasteel te verkopen. Het kreeg voortaan een bescheiden rol als ontvangstruime voor bruiloften, feesten en condoleances. In het park verrezen enkele appartementengebouwen die in 1978 in gebruik werden genomen. Het kasteel onderging tussen 2001 en 2005 aan de buitenzijde een even ingrijpende als kostbare restauratie. Nu wacht het vervallen interieur op een grondige renovatie. Stichting Monumentenbehoud, sinds kort de nieuwe eigenaar, werkt aan een toekomstbestendig behoud en maatschappelijk gebruik van het kasteel.
Tekst: Robert van Lit
Oud Wassenaar Castle

Park Oud Wassenaar 1
Open from 11 a.m. – 4 p.m.

A spacious country house in the shape of a castle. That is how you could describe Oud Wassenaar, which was built in the years 1876–1879. The client was Cornelis Jan van der Oudermeulen (1838–1904), who had acquired his formidable fortune through inheritances. In particular, his grandfather Cornelis van der Oudermeulen had earned an immeasurable amount of money as a merchant and owner of sugar plantations (with slaves). Consequently, Cornelis Jan did not need to work for a living, but he did hold many honorable positions. For instance, he was Extraordinary Master of the Stables to King William III and Queen Wilhelmina, a member of the Provincial States of South Holland, and an alderman of Wassenaar for many years.
The designer of Oud Wassenaar is the architect Constantijn Muysken. He drew inspiration from Italian Renaissance castles but also integrated elements of early seventeenth-century Dutch Renaissance architecture. A whole army of craftsmen contributed to the construction, and precious building materials were brought in from all over Europe as well as from America. Central to the design is a gigantic hall, constructed of marble and granite, which receives daylight through a glass dome in the roof. The castle has a well-preserved interior that is among the most monumental in the Netherlands.
For Cornelis Jan and his wife Julia Ewouda, Countess of Randwijck, the castle held great representative value in addition to its function as a residence. They lived like princes with their children on their estate, surrounded by a retinue of servants, until their good life came to a sudden end in 1903. In that year, Cornelis Jan lost all his money through extremely unfortunate investments. All their possessions, including many antiques and art treasures, had to be auctioned off. The lord of the castle never recovered from this blow: he died in 1904.
It was difficult to find a new owner for the castle. In 1907, the German Prince Eberwijn of Bentheim and Steinfurt moved into the castle with his newlywed wife, but he proved unable to raise the purchase price and disappeared without a trace after only half a year.
In 1910, the castle was converted into a very luxurious hotel. At the rear, the building was extended by architect Co Brandes with a large hall that still exists today. A new wing with hotel rooms on the south side was later demolished. The first-class hotel hosted guests such as Churchill, King Baudouin of Belgium, and many other prominent figures, including associates of the Dutch Royal Family. After a long period of prosperity, the quality of the hotel declined visibly in the 1970s due to neglected maintenance, and the owner decided to sell the castle in 1974. From then on, it played a modest role as a reception venue for weddings, parties, and condolences. Several apartment buildings were erected in the park and put into use in 1978. Between 2001 and 2005, the exterior of the castle underwent a restoration that was as extensive as it was costly. Now, the dilapidated interior awaits a thorough renovation. Stichting Monumentenbehoud, the new owner since recently, is working on the future-proof preservation and social use of the castle.
Text: Robert van Lit
